• AED Defibrillator

    Sportvrienden,

    Reeds geruime tijd is in de kantine een AED defibrillator aanwezig, deze was aangebracht achter de bar.
    Om de bereikbaarheid te verbeteren hebben wij deze Defibibrillator nu in een verwarmd beschermkastje tegen de  muur links van de entree naar de kantine gemonteerd.

  • Verbanddoos

    In de bestuurskamer van Velsen bevindt zich een verbanddoos. Indien U een artikel uit de verbanddoos nodig heeft, vraag het één van de medewerkers in de kantine of het bestuurslid van dienst in de bestuurskamer.

  • Blessurepreventie

    De organisatie:
    Onder blessurepreventie verstaat men dat de sport(st)er onder optimale omstandigheden zijn/haar sport goed kan uitoefenen. Dit is mogelijk als de organisatie rond hem/haar goed is en de sport(st)er zelf goed naar de adviezen luistert.
    Met de organisatie wordt bedoeld dat in verenigingsverband de juiste mensen op de juiste plaats zitten en goed samenwerken.

    Onder een goede organisatie wordt verstaan:
    Het bestuur van een vereniging: Het bestuur is verantwoordelijk voor de gezondheid van de leden. Dit houdt o.a. in dat zij moet zorgen voor een goed onderhouden sportfaciliteit, het aantrekken van een gediplomeerde trainer voor de desbetreffende sport en een goede medische begeleiding.
    De trainer: Deze moet goed op de hoogte zijn van de te geven oefenstof. Zijn training moet qua opbouw zo afgestemd zijn dat de conditie van een sport(st)er optimaal wordt en ook blijft. Tevens behoort tot zijn taak een goed materiaalbeheer en een mentale begeleiding.
    De medische begeleiding: De ideale begeleiding bestaat uit een sportarts, fysiotherapeut en een sportmasseur. Dit is bij de meeste verenigingen financieel geen haalbare kaart. Daarom is er vaak alleen een sportmasseur aanwezig. Deze onderhoudt meestal de contacten met bijv. fysiotherapeuten.
    Sporten doet men o.a. om de gezondheid te bevorderen. Toch zijn er veel sport(st)ers die blessures oplopen. Een klein deel van deze blessures gebeurt buiten de schuld van de sport(st)ers om. Maar voor een groot deel ligt de fout vaak bij de sport(st)er zelf.

    Een aantal fouten van de sport(st)ers zijn:
    Geen conditie: vaak besluit iemand tot sportbeoefening. Met een slechte conditie gaat men meestal 4 à 5 dagen intensief aan de slag. Aan conditieopbouw doet men niet  of nauwelijks.
    Geen goede warming-up/cooling-down: een sport(st)er loopt een of twee minuten in een rustig tempo en besteedt niet of nauwelijks aandacht aan rekoefeningen. Na de sportbeoefening gaat hij/zij gelijk douchen.
    Een ongezonde en onregelmatige levenswijze: voorbeelden hiervan zijn te laat naar bed  gaan, (veel) alcohol, een verkeerde voedingswijze en natuurlijk (veel) roken.
    Sporten met een blessure: Dit gebeurt vaak bij sport(st)ers die een prestatie moeten leveren of zoals bij teamsporten bang zijn om hun plaats in het team te verliezen (druk van trainer en/of leider).
    Slechte materiaalkeuze: In plaats van functionele materialen aan te schaffen worden vaak de zgn. modeartikelen gekocht.
    Een sport(st)er die rekening houdt met bovenstaande zal zelden een blessure oplopen door zijn/haar eigen schuld.

    Blessurepreventie op zich.
    Blessurepreventie deelt men in 3 categorieën in, nl. Primaire preventie, Secundaire preventie en Tertiaire preventie.

    Primaire preventie:
    Alles wat hiervoor beschreven is, valt onder primaire preventie. Alleen moet er nog aan toegevoegd worden dat de sport(st)er een sportmedisch onderzoek moet ondergaan. Dit is met name belangrijk voor de wat oudere sport(st)ers en diegenen die weer, na een lange tijd niets doen, gaan sporten. Dit noemt men een Preventief Sport Medisch Onderzoek (PSMO). Dit onderzoek kan men o.a. laten doen bij een Sport Medisch Advies Centrum (SMA).

    Secundaire preventie:
    Hieronder wordt verstaan het snel herkennen van overbelastingssymptomen en het nemen van maatregelen hiertegen.
    Overbelastingsverschijnselen uiten zich als volgt:
    Stijfheid:
     ‘s Ochtends bij het opstaan zijn spieren en pezen stijf. Dit verdwijnt wanneer men even in beweging is.
    Spierpijn:  De spieren zijn pijnlijk of bij het aanraken van de spieren is het gevoel pijnlijk.
    Snellere vermoeidheid: Men is sneller moe dan normaal.
    Pijn bij rekoefeningen: Dit komt door spierverkortingen.
    Startpijn: Men komt moeilijk op gang en de warming-up wordt langer.

    De sport(st)er negeert deze symptomen vaak, want het gaat vanzelf als men bezig is. Toch is het belangrijk om dit niet te negeren, want het gevaar bestaat dat  dit aandoeningen chronisch worden.

    Als men te maken krijgt met overbelastingssymptomen dan kan men de volgende maatregelen nemen:
    Trainingsschema (= intensiviteit) aanpassen.
    Materiaal (bijv. schoenen) na laten kijken.
    Na een training een goede cooling-down en rekoefeningen doen.
    Het betreffende lichaamsdeel na de training laten masseren.
    Koelen om eventuele zwellingen tegen te gaan.

    Tertiaire preventie:
    Tertiaire preventie bestaat uit het geven van eerste hulp bij alle blessures die ontstaan met geweld (bijvoorbeeld spierscheuring) en het dusdanig begeleiden van de geblesseerde sport(st)er dat hij/zij weer op zijn oude niveau kan sporten.
    Hierbij is het heel belangrijk dat de medische begeleider goed op de hoogte is van de te nemen maatregelen.
    De acute blessures zijn in diverse aandoeningen te onderscheiden, zoals aan de spieren en pezen, botbreuken en (slagaderlijke) bloedingen.
    Bij spieren/pezen bestaat de eerste hulp uit koelen en een drukverband aanleggen
    Bij (slagaderlijke) bloedingen dit zo snel mogelijk, maar ook hygiënisch verantwoord, verbinden.
    Bij ernstige botbreuken wordt niets anders gedaan dan nr. 112 te bellen en de betrokken sport(st)er gerust te stellen, bij minder ernstige botbreuken kan worden volstaan met doorsturen naar het ziekenhuis. De nazorg van deze blessures is heel belangrijk. Vaak wordt er in overleg met de fysiotherapeut/sportmasseur en trainer  de speler teruggebracht op zijn oude niveau. Hierbij wordt gebruik gemaakt van massage, het aanleggen van bandages en een goede trainingsopbouw.

    Conclusie:
    Om tot een goede, gezonde, sportieve prestatie te komen is het belangrijk dat de sport(st)er en de begeleiding goed weten wat ze moeten doen.

    Opmerking:
    Gelukkig is men bij de vereniging r.k.v.v. Velsen zich ervan bewust hoe belangrijk de medische zorg is. Er staat een goede medische begeleiding, waardoor het risico van blessures kan worden verkleind. Helaas is niet alles tegen te gaan ,maar dit komt meestal door de spelverruwing.